Fokken: een serieuze zaak

Fokken doe je als het goed is niet zomaar. De meest gehoorde reden om een nestje te fokken is: 'bijdragen aan de verbetering van het ras'. De rashond in het algemeen is de laatste tijd geregeld (helaas negatief) in het nieuws. Het gaat niet zo goed met de gezondheid van veel rashonden. Het programma Zembla heeft daar onlangs nog aandacht aan besteed, maar eigenlijk is het niets nieuws. Veel problemen binnen bepaalde rashondenpopulaties spelen al vele jaren.

Het aantal rashonden is eindig. Dat is een feit. De stamboeken zijn in het gros van de gevallen volledig gesloten, wat simpelweg betekent dat we het moeten doen met wat er is. Er komt niets nieuws bij. We kunnen tot op zekere hoogte honden importeren uit het buitenland, maar ook het aantal rashonden in het buitenland is eindig.

Janneke Scholten drukte het in 2001 al prachtig uit: 'Sommige rassen bevinden zich aan het einde van de doodlopende weg, andere zijn pas halverwege. Dat verandert niets aan het feit dat de weg dood loopt'. Die doodlopende weg slaat op de gesloten stamboeken en 'het moeten doen met wat er is'. Daarnaast slaat het op de grote problemen waar veel rassen mee te kampen hebben.

Een groot probleem is de fixatie op kampioenen en titels. Het zijn vaak de honden met titels en de kampioenen die erg gewild zijn. Men gaat er vanuit dat kampioenen ook kampioenen voortbrengen. Dat is natuurlijk grote onzin. Maar ja, nakomelingen van kampioenen verkopen ook beter, want ook pupkopers zijn erg gevoelig voor al die titels. Is dat raar? Nee, op zich is dat niet raar. Wij mensen zijn gauw geneigd te denken: 'dan moet het wel goed zitten', als een hond bepaalde titels heeft. Die titels heeft hij/zij toch niet zomaar gekregen? En als je dan het volle pond voor een pup gaat betalen, dan mag je ook verwachten dat je iets goeds krijgt. Dat is geen rare redenering, maar fokkers zouden eigenlijk beter moeten weten. Is dit nu een pleidooi tegen shows en titels? Nee, helemaal niet. Maar titels garanderen niets daar waar het de nakomelingen betreft en de nadruk zou bij veel rassen minder op shows en titels moeten liggen en veel meer op gezondheid.

Een ander risico van met name reuen met kampioenstitels, is dat ze in veel gevallen erg veelvuldig ingezet worden. Ook dat zie je bij veel verschillende rassen. Hetzelfde geldt voor (geïmporteerde) reuen met nieuwe bloedlijnen. Ze zijn voor de meeste fokkers erg interessant en dus erg gewild en worden daardoor in de meeste gevallen ook erg veelvuldig ingezet. In eerste instantie lijkt dat niet erg problematisch, want hoeveel honden van één nest gaan er percentueel gezien de fok in? Maar dat is iets te simplistisch geredeneerd. Het is een feit dat elke hond een aantal 'afwijkingen' met zich meedraagt. Die kunnen fenotypisch zijn (zichtbaar) en ze kunnen genotypisch zijn (niet zichtbaar). Juist de genotypische afwijkingen maken fokken ingewikkeld, want hoe weet je of je hond een bepaalde afwijking met zich meedraagt? Dat kun je niet weten tot je zo'n hond inzet voor de fok. Het is ook niet gezegd dat elke afwijking er meteen bij de eerste generatie nakomelingen uitkomt. Sommige problemen slaan generaties over en slaan dan keihard toe en hoe groot is de schade voor een genenbestand als er na enkele jaren ineens een probleem de kop op steekt en alles terugwijst naar die ene populaire en massaal ingezette dekreu? Het kwaad is dan al lang en breed geschied en daar die reu in het gros van de stambomen terug te vinden is, wordt het praktisch ondoenlijk om er omheen te fokken.

Er zijn nog een paar dingen die we even onder de aandacht willen brengen. Helaas is het bij veel rassen zo dat er bij de fokkers onderling veel haat, nijd en jaloezie is. Men gunt elkaar het licht in de ogen niet en je ziet bepaalde kliekjes die alleen met elkaar zaken doen. Ondertussen wachten ze met smacht af tot één van hun concurrenten ergens de mist in gaat en duiken er dan massaal bovenop. Helaas wordt er veel onder het tapijt geschoven, daar waar het om problemen in nesten en bij nakomelingen gaat. Dat is jammer, maar wel begrijpelijk. Want wie zit er nu te wachten op die ene branieschopper die een hekel aan je heeft en dat probleem aangrijpt om jou, je honden en je kennel compleet zwart te maken? Dat wil niemand. Dus wat doe je? Je houdt je mond. Als dergelijke kennis daadwerkelijk gebruikt zou worden ter behoud van een ras, ter kennisname zodat men in de toekomst weloverwogen beslissingen kan nemen, dan was het een ander verhaal. Maar nee, het zijn in veel gevallen de persoonlijke belangen die de boventoon voeren. Daardoor verdwijnt er dus ook veel onder het tapijt en wordt fokken alleen maar moeilijker.

C.A. Sharp in 1998: 'Er moet een fundamentele verandering komen in de houding ten aanzien van genetische afwijkingen. Het mag niet langer iets zijn dat men uit schaamte wegmoffelt. Het mag ook geen moker zijn waarmee we mensen neerslaan die er wel eerlijk mee voor de dag komen. Het moet een onderwerp van redelijke discussie worden, zodat eigenaars van zowel reuen als teven beargumenteerde fokbesluiten kunnen nemen. Als fokkers en eigenaars hun langetermijnplannen en hun reactie op erfelijke problemen niet herzien, zal de situatie alleen maar erger worden'.

We kunnen wel concluderen dat er sinds 1998 niet al teveel veranderd is, want nog steeds moffelt men problemen uit schaamte weg en nog steeds gebruikt men ze als moker om anderen mee neer te slaan.

Gezondheid is een uitermate belangrijk aspect. Een mooie hond die qua exterieur voor een erg groot deel aan de rasstandaard voldoet, is prachtig...maar wat zegt dat nog als blijkt dat hij/zij een dusdanig ernstig probleem heeft dat zijn/haar hele leven daardoor beïnvloed wordt (denk aan HD, ED, epilepsie, EPI)? Testen is daarom erg belangrijk. Wel moeten we in het oog houden dat een te strenge selectie net zoveel kwaad kan doen als weinig tot geen selectie. Waarom? Stel nu dat er binnen een bepaald ras opvallend veel HD (heupdysplasie) voorkomt. Dat wil men niet, dus er wordt streng op geselecteerd. Zo streng dat niet alleen de lijders, maar ook de nestgenoten en ouders voortaan uit de fok geweerd worden. Het fokbestand wordt kleiner, maar na enkele jaren blijkt dat de strenge aanpak wel effect heeft gehad: het percentage HD-gevallen is acceptabel. Maar dan blijkt ook dat er andere problemen de kop op gestoken zijn, juist doordat er nog maar met een beperkt aantal honden gefokt is. Één van de gevolgen van het strenge fokbeleid is dat de gemiddelde leeftijd van het ras gedaald is naar 7 jaar en er is een nieuw probleem: epilepsie. Hoe nu verder?

Dit is slechts een (deels) fictief voorbeeld om te laten zien dat ook overselectie ernstige gevolgen kan hebben. Laten we even voorop stellen dat niemand opzettelijk een nestje met een (erfelijk) probleem fokt. Als je er alles aan gedaan hebt om te voorkomen dat dit zou gebeuren (door te testen, bloedlijnen uit te pluizen enz enz), dan treft je in dat opzicht geen blaam. Je hebt je uiterste best gedaan en meer kun je niet doen. Je hoeft jezelf geen verwijten te maken. Dat ligt anders wanneer je ondoordacht bezig bent geweest. Helaas gebeurt dat ook. Zeker als het gaat om populaire rassen. Mensen zien een gat in de markt en denken: 'daar is geld te verdienen'. Geld maakt veel kapot, niet alleen binnen de fokkerij.

Genetische variatie is dus erg belangrijk. En daarbij moeten we verder kijken dan alleen naar de kampioenen. We moeten leren de zogenaamde gewone 'G' en 'ZG' honden met respect te behandelen, want juist daarin zit ook genetische variatie. En loopt zelfs dan de weg dood, dan wordt het misschien tijd om de stamboeken weer open te gooien...

Een opmerking die we geregeld tegenkomen is: 'kruisingen zijn gezonder dan rashonden'. Is dat waar? In de eerste plaats moeten we opmerken dat het juist rashonden zijn die op veel zaken getest worden. Niet alle honden met HD hebben daar ook daadwerkelijk last van en in veel gevallen kom je er pas achter dat je hond HD heeft als je hem/haar laat röntgenen. En rashonden worden op veel grotere schaal geröntgend dan kruisingen, juist omdat er bewust mee gefokt gaat worden en vaak omdat de rasvereniging in kwestie dat ook eist.

Maar daarmee zijn we er natuurlijk niet. Zijn kruisingen nu gezonder of niet? Om tot een goed antwoord te komen, moeten we een stuk terug in de tijd...een stuk terug de natuur in zelfs. In de natuur krijgen alleen de sterkste dieren pups en overleven alleen de sterkste pups. Daar zijn geen dierenartsen die alles in het werk stellen om pups te redden of om de teef te redden als de bevalling niet vlekkeloos verloopt. Maar sterke of zwakke dieren: ze dragen allemaal erfelijke afwijkingen met zich mee. Zolang er tegenover die defecte genen een gezond gen van hetzelfde genenpaar staat, is er niets aan de hand. In de natuur zwerven ook vele defecten rond, maar we hebben het dan over in verhouding zulke kleine aantallen dat het schadelijk effect te verwaarlozen is. Maar de rashond staat al mijlenver van de natuur af. Toen de stamboeken sloten, ontstond er al een fikse genetische beperking, want we moesten dus verder met hetgeen er op dat moment was. Zaken als inteelt (waaruit elk ras is opgebouwd), populaire reuen en overselectie hebben die beperking nog verder doorgezet. Daar staat tegenover dat bepaalde andere afwijkingen intussen wijdverspreid zijn geraakt door een paar populaire dekreuen. Het gevolg is dat die nu wel in hoge percentages binnen het genenbestand voorkomen. De kans dat twee dragers van hetzelfde genetische probleem elkaar treffen is gewoon vele malen groter geworden. Meestal betreft het in deze gevallen slechts een paar specifieke problemen en daardoor worden deze problemen dus ook al gauw rasspecifiek.

Het antwoord op de vraag of kruisingen gezonder zijn is dus feitelijk erg eenvoudig: de kans dat twee dragers van hetzelfde (rasspecifieke) probleem elkaar treffen is bij kruisingen (dus honden van tenminste twee verschillende rassen) vele malen kleiner. De genetische variatie is veel groter dan bij rashonden van hetzelfde ras.

Moeten we dan maar met z'n allen kruisingen gaan fokken? Wij zijn er zeker geen voorstander van om kruisingen te fokken, zeker niet als daar enkel de gedachtegang: 'lijkt me wel een keer leuk, een nestje', of: 'ik wil zo graag een nakomeling van mijn hond hebben' aan ten grondslag ligt. Wel zou het voor veel rassen erg goed zijn als de stamboeken open zouden gaan, om zo bewust te kiezen voor het inkruisen van een bepaald ander ras. Voor sommige rassen lijkt dat op dit moment ook de enige redding te zijn, want voor die rassen is het einde van de doodlopende weg al heel erg dichtbij gekomen.

Tja, en dan is er nog die, in veel gevallen zelfs bijna ziekelijke, verfraaiingsdrang van mensen. Schoonheid gaat in veel gevallen helaas toch echt voor alles. Janneke Scholten in 2001: 'Een borstkas die zo diep en smal is, dat de maag in het gedrang komt - maagkantelingen zijn het resultaat. Schedels die zo breed zijn dat ze niet meer door het geboortekanaal kunnen - keizersnee. Ruggen die zo lang zijn dat het onderstel het niet meer kan bijbenen - hernia. Voorsnuiten die zo kort zijn dat de ademhalingswegen in het gedrang komen - zuurstoftekort. Schedels die zo klein zijn dat ze de hersens niet meer kunnen omvatten - open fontanellen. Een extreem geplooide huid - eczeem. De lijst lijkt eindeloos. Natuurlijke selectie zou dergelijke praktijken allang hebben afgestraft, ware het niet dat we ons uiterste best hebben gedaan om die selectie uit te schakelen.'

Rasspecifieke problemen aanpakken is niet gemakkelijk, zeker niet zolang de stamboeken gesloten zijn en we het moeten doen met de genetische variatie die er nu is: 'We zullen voorlopig moeten blijven dweilen. Maar laten we intussen wèl de kraan dichtdraaien, door het aantal dekkingen per reu te limiteren. Daarmee voorkomen we dat de schadelijke genen van één individu zich over een heel ras verspreiden. Risicospreiding is de enige manier om het probleem van rasspecifieke erfelijke afwijkingen structureel aan te pakken. Super-verervers bestaan niet, hebben nooit bestaan en zullen nooit bestaan.'

Voor meer informatie over het fokken van rashonden verwijzen we u graag door naar de site van Genetic Counselling Services.